Goede Voeding





regels

calorieen

koolhydraten

eiwitten

vetten

vitamines

vetverbranding

stofwisseling

schema's

links

Stofwisseling

Voor alles wat je doet is energie(calorieŽn) nodig: eten, slapen, studeren, werken, trainen, ademen, enz. Terwijl je dit leest verbrand je calorieŽn. De benodigde calorieŽn worden gehaald uit de koolhydraten, eiwitten en vetten in de voeding die gegeten/gedronken wordt. De snelheid waarmee calorieŽn verbranden heet de stofwisselingssnelheid. Een hoge stofwisselingssnelheid helpt te voorkomen dat vet opgeslagen wordt. Drie zaken versnellen de stofwisseling:

  1. regelmatig trainen
  2. grotere spieren
  3. vaker eten (min. vijf keer op een dag).

Meer spierweefsel zorgt voor een snelle stofwisseling en voorkomt dat vet zich in het lichaam kan gaan opstapelen. Aangezien vet langzame energie is en je lichaam vooral vet verbruikt in rust, is je ruststofwisseling een belangrijke factor als je wilt afvallen. De hoogte van je ruststofwisseling bepaalt voor 60 tot 75% je dagelijkse energieverbruik. Een belangrijke factor die de hoogte van die ruststofwisseling bepaalt, is je spiermassa. Je spiermassa bepaalt voor 22% de hoogte van je ruststofwisseling. Als je spiermassa verliest, gaat je ruststofwisseling omlaag en verliest je lichaam een deel van zijn vetverbrandende capaciteit. Verlies van spiermassa betekent een lagere ruststofwisseling, een lager vet verbruik, meer moeite om af te vallen en meer moeite om na het afvallen op gewicht te blijven.

Er zijn drie soorten lichaamstypen, de ectomorf, endomorf en mesomorf. De ectomorf heeft van zichzelf zeer weinig vet en spiervolume door een snelle stofwisseling. De enige manier voor een ectomorf om meer spiervolume te krijgen is naast intensief trainen met behulp van zware gewichten het eten van veel koolhydraten. Voor de meso-en endomorfen is dit niet zozeer nodig en kan een voeding met meer eiwitten i.v.m. een langzamere stofwisseling tot een beter resultaat leiden.

Koolhydraten zijn de voornaamste calorische energiebron die in de spiercellen in de vorm van glycogeen liggen opgeslagen. Op het moment dat deze energiebron zo laag is dat er geen energie meer uit betrokken kan worden, zijn er nog maar twee andere energiebronnen beschikbaar: opgeslagen lichaamsvet en spiereiwit. Helaas spreekt ons lichaam ter verkrijging van energie eerst de eiwitten aan voordat het aan de opgeslagen vetten begint. Dat betekent dat je lichaam in feite zijn eigen spierweefsel kannibaliseert om aan energie te komen, met als gevolg dat je spiermassa inlevert. Om dit te voorkomen is het van belang de calorische inname over de gehele dag te verspreiden door minimaal vijf maaltijden te eten. Dat betekent dat je genoeg brandstof hebt bijgetankt tot de volgende maaltijd twee tot drie uur later.

Hetzelfde geval is bij extreme diŽten. Extreme diŽten werken niet als je op een goede manier wilt afvallen. Het energietekort tijdens zo'n dieet is vaak te groot en te acuut. Het lichaam herkent dan een toestand van honger, slaat wanneer het kan vet op en breekt spierweefsel af om in de energiebehoefte te voorzien. Je dagelijkse energieverbruik gaat omlaag, wordt moe, wordt sneller ziek en voelt je zwak. Vaak stop je daarom na een korte periode met afvallen. Als je vervolgens weer normaal gaat eten, is de stofwisseling zo ver omlaag gegaan, dat je snel weer aankomt en meestal enkele kiloís zwaarder wordt dan voor het afvallen.
Zorg daarom dat als je een dieet volgt dit wel op een gezonde manier doet. Eet goede voeding en neem eventueel een specialist in handen, anders is alle moeite voor niets geweest.